Vi MATRIX - Actueel - In Perspectief

Het karteren voorbij


prof. dr.ir. Martien Molenaar

Foto van de auteurEvolutie. Voor de oude landmeter was de geometrische kwaliteit van de kaart belangrijker dan de snelheid. Bij haar opkomst zag men de remote sensing als een techniek, waarmee grote gebieden in kaart konden worden gebracht; snelheid was belangrijker dan geometrische nauwkeurigheid. Met de moderne remote sensing en geo-ict kunnen we de dynamiek van onze leefruimte waarnemen en bijsturen.

Het is nu 35 jaar geleden dat ik voor het eerst bij het ITC kwam werken. Ik kwam als jong geodetisch ingenieur vers uit Delft. We hadden op de universiteit dan wel kennis gemaakt met moderne theorieën en men was ten opzichte van andere opleidingen zeker vooruitstrevend met de introductie van computers in het vakgebied, maar de visie op ons werk was traditioneel. We werden opgeleid om een relatief statische wereld in kaart te brengen.
De nadruk van de arbeid lag op de vastlegging van de geometrie van de aarde en van onze leefomgeving. En onze beroepstrots was de hoge nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van de meetresultaten en kaarten. De fotogrammetrie was al redelijk ver ontwikkeld en men zag ook wel dat het een snelle karteertechniek was, maar echte landmeters wantrouwden de kwaliteit van fotogrammetrische producten nog te veel om dit als een volwaardige methode te accepteren. Kwaliteit kwam vóór snelheid.
Met die achtergrond kwam ik op het ITC en leerde een totaal andere denkwereld kennen. Daar leidt men mensen op uit ontwikkelingslanden en hun probleem was, dat - als men ‘thuis’ al kaarten beschikbaar had - deze meestal sterk verouderd waren. Dus grote gebieden moesten snel gekarteerd worden met relatief weinig mensen en middelen. Daar was over het algemeen snelheid belangrijker dan uiterste nauwkeurigheid. Fotogrammetrie was voor die landen een belangrijke stap in de goede richting, maar eigenlijk nóg te duur en te langzaam. Bovendien lag voor hen de nadruk lang niet altijd op de geometrie; het was vaak veel belangrijker dat men een goed beeld had van het landgebruik en waar de natuurlijke en minerale hulpbronnen waren. Dus inhoud vóór geometrie.

Remote sensing
Net in die tijd kwamen de eerste remote sensingbeelden vanuit satellieten beschikbaar voor civiele toepassingen en het lag dus voor de hand dat men op het ITC met deze beelden methodes ontwikkelde die bruikbaar waren voor de landen waar de studenten vandaan kwamen. Het voordeel was natuurlijk dat men snel grote gebieden in kaart kon brengen, maar ook, dat de beelden een belangrijke bron van informatie bleken te zijn over wat er op het aardoppervlak te vinden was.
De opkomst van de remote sensing leidde tot een andere visie op karteren, maar dat laat onverlet, dat we deze nieuwe techniek nog wel vooral als een karteertechniek zagen. Maar een kaart is in principe een statische weergave van de toestand van het aardoppervlak en bij het begrip ‘kaart’ hoeft men niet persé aan een kaartblad te denken, het geldt evenzeer voor digitale bestanden en ruimtelijke databases.

Dynamiek
Nu zijn we vijfendertig jaar verder en remote sensing heeft een hoge vlucht genomen. Vele tientallen satellietsystemen nemen doorlopend de aarde waar. Het is mogelijk om ieder gebied op aarde, afhankelijk van het weer, meermalen per dag op te nemen en om de gegevens binnen een paar dagen, en soms binnen een paar uur, overal op aarde beschikbaar te hebben. Met moderne computers is het mogelijk om grote hoeveelheden gegevens snel te verwerken, zelfs op de laptop. Dit heeft uiteraard invloed op de manier waarop we nu naar de aarde kijken.
Met de huidige technologie schieten we het karteren voorbij. Of het nu gaat om verkeersstromen, verandering van landgebruik, ontbossing of urbanisatie: processen van verschillend karakter en werkend op verschillende ruimtelijke- en tijdschalen kunnen we rechtstreeks waarnemen. We hoeven ons niet langer te beperken tot een statische beschrijving van het aardoppervlak. Nee, we kunnen ons direct richten op de dynamiek van onze leefomgeving, deze waarnemen, bewaken en mogelijk bijsturen. En daarmee zullen we ons begrip van deze leefomgeving niet langer uitdrukken in ‘wat is waar’, maar in ‘wat gebeurt waar’. Ruimtelijke samenhang is niet langer de ruimtelijke verdeling van objecten en kenmerken, maar de interactie van ruimtelijke processen.
De evolutie is uiteraard niet ten einde. We zijn nog niet eens begonnen met nadenken over de definiëring van ruimtelijke basisinformatie voor 3D-bestanden of aan de horizon zien we de nieuwe problematiek al op ons afkomen. Hoe richt je een ruimtelijke basisinformatiestructuur in als we onze ruimte echt als dynamisch gaan zien? Daar houden we ons in Enschede, en zeker ook mijn collega’s in Delft, de komende jaren graag mee bezig.


Reacties naar molenaar@vbb.nl



[Home | Vi Actueel | Vi Matrix | Nieuws | Data Catalogue | Abonneren | Adverteren | Contact]
©2001 VBK Editoral Management